The Web Poetry Corner
DreamMachineThe Web Poetry Corner is a Dream Machine Site
The Dream Machine --- The Imagination of the World Wide Web
Google

The Web Poetry Corner

Julius Dreyfsandt

of

Sint-Oedenrode, Netherlands

Home Authors Alphabetically Authors Date Submitted Authors Country Submission Rules Feedback



If you have comments or suggestions for Julius Dreyfsandt, you can contact this author at:
j.sandt@chello.nl (Julius Dreyfsandt)


Find a book store near you, no matter where you are located in the U.S.A.!


Cerzan

...the best independent ISP in the Twin Cities

Gypsy's Photo Gallery


zij

by

Julius Dreyfsandt

strak strekt
de sluier langs
haar schrale lijf
waar ruimte
krimpt tot
een smalle
engte
en haar
bottenbenen
een lange
weergave zijn
van haar
kwetsbare lengte

om ene vrouwe
met sobere gratie
en ontspruitende
borsten te
aanschouwen
en haar uitpuilende
pruilende bolle ogen
te ontmoeten
in een voorbijgaand moment
zal menig man
zichzelf zien krimpen
en niet haar
maar zichzelf
beschimpen


izabella

by

Julius Dreyfsandt

waarom zie ik toch telkens weer die bleke vrouw
mij schrander aankijkend met donkere ogen
en haar dat uiteen valt over haar frêle schouders
als zwarte ragfijne draden die niet gedogen
dat ik mijn handen uitstrek, als ik dat willen zou

haar rode uitdagende lippen, zo intens zwoel
zuigen mij nog dichter naar haar lijf
zij dwaalt af, ik mis mijn doel
en raak verstrikt in het erotisch gevoel
als ik in gedachten met haar de liefde bedrijf

de schijn der liefde

by

Julius Dreyfsandt

Liefde is als de dood:
een woord van eeuwigheid
Een nietszeggend
en voortdurend gesloten
wijze van zeggen,
geboren uit nood

Niets raakt het wezen
Geen letter
komt in de buurt
Het is slechts slijk
dat wij opdreggen
Opdat, wij, mensen
blind naar alle kanten
worden weggestuurd

Zuig toch niet aan dat verval:
liefde tot het oneindige
Slechts genegenheid telt
Het is de som van momenten
gedragen in ons zijn
Het is de zoete pijn
die in warmte versmelt

tederheid

by

Julius Dreyfsandt

tederheid
gevoeld en
weggeschonken
maakt wat
liefde is

slechts
warme eenvoud,
van zijn en
worden,
geeft invulling
aan wat
onzichtbaar is

tederheid slecht
afstand
van spraakmakende
woorden
niets is zo intens
en zuiver als
een ervaren
teder-band

een monument van een moment

by

Julius Dreyfsandt

in mijn tuin
van heden
danst mijn
lief,
een deerne
onberoerd
gaaf en teer,
een pirouette
heel verfijnd
en glorieus
neer gezet

ze laat
mij dromen
in een stil
moment
en raakt
mijn
ingetogen
passie
zoals men
zelden kent

verstorven gemis

by

Julius Dreyfsandt

als het gebroken licht
zich plooit naar
naar het romaans venster
valt ook de stilte binnen
en vult de ruimte zich
met mijn afwezigheid
van aardse zinnen

het niet ervaren
van mijzelf
vertaalt het machtige
niets
doordrongen in
ieder gewelf

een glazen pilaar
opgericht terzijde
van een verholen nis
is mijn verloren ik
verbeeld als het
verstorven gemis

schaduw

by

Julius Dreyfsandt


soms,
als in de donkerte
die mijn leven
overschaduwt en
in mij
de eenzaamheid
meester wordt

als in die donkerte
de stilte
zich met mij
vereenzelvigt
dan voel ik
mijn uitzichtloosheid
en keer in mij zelve

waar pijn
en verdriet
zich opdringen
in die donkerte
welke mij
soms overvalt
heb Ik iemand nodig

zonder dat wat die
ánder geeft
mij kan bereiken.
zo zijn mijn dagen
al ware het de nabije
laatsten,
al ga Ik daar niet over

mijn kleine lieve

by

Julius Dreyfsandt


soms,
als in de donkerte
die mijn leven
overschaduwt en
in mij
de eenzaamheid
meester wordt

als in die donkerte
de stilte
zich met mij
vereenzelvigt
dan voel ik
mijn uitzichtloosheid
en keer in mij zelve

waar pijn
en verdriet
zich opdringen
in die donkerte
welke mij
soms overvalt
heb Ik iemand nodig

zonder dat wat die
ánder geeft
mij kan bereiken.
zo zijn mijn dagen
al ware het de nabije
laatsten,
al ga Ik daar niet over

momento mori

by

Julius Dreyfsandt

ach,
kon ik je maar
een keer
ontmoeten
zonder
iets te willen

slechts
genieten van
uw ziele zoete
een korte reis
door de dromen
van je bestaan

kon ik je maar
een keer raken
en dan weer
verder gaan

W leglo ot cvetya

by

Julius Dreyfsandt


Malko momiche w leglo ot cvetya
Milva, laskae svoite nejni bedra
A s tozi lek puh (pardon za stila)
Mi napomnia bone sas voal
Blenuvan miraj
Ne izdarjam ne sum ot metal

Zagasi svetlinata
Krehka nejnost
W angelski tanc
Bih dokosval I az
Tozi nein venec na starstta

Kade da te sreshtna
W koya kartina stoysh
Chista I graciozna
Kade dalech bi mogla da lejish
Ne nyamam shans
Bih kazal az.

hooglied

by

Julius Dreyfsandt

in mijn hooglied over liefde
spettert het er vanaf
trompetten schallen
stemmen brallen de klanken
schor gesteund door mijn
voce particolare

met puilende ogen de een
de andere met staren
ondergaan wij de liefde
hosanna is ons deel
hoe kunnen we dat verklaren

de eeuwige zucht,
de al durende
kramp in de maag
het voeden van de
onzichtbare vlinders
en de voortgaande doorloop
is niet alleen vandaag

zo juichen we om dat teder gevoel
reizen de wereld rond
verzetten bergen en woestijnen
we laten de boel de boel

op de hoek van de straat zie ik haar
mijn hooglied, mijn zucht
kon ik haar maar bereiken
waarom blijf ik voor mijn grote liefde
slechts ontsnappende ballonnen lucht

het ongrijpbare

by

Julius Dreyfsandt

nog nimmer
zag ik het onzienlijke
nimmer de diepte
van uw grootsheid

de oneindige eeuwigheid
is uw deel
wat is de mens
min en slechts een
schamel deel

en daarvan
slechts een stip
omdat nog kleiner
niet zichtbaar is

in de naaste
zou u zijn
in de bloem zou u zijn

in leed
in verdriet
in sterven
zou u zijn

geen woorden
voor uw aanwezigheid
geen beeld van u
raakt mij

ja slechts fantasie
is ons deel.
verstaan,
omvatten
zijn mensen-woorden

toch blijkt u
in alles en iets
zoekend naar
uw zelf en niets

niets is alles,
blijkt ook nog
alom en durende
te zijn

hoe kennen wij
dan uw zijnde,
vaak vertwijfeld
bij ons einde

liefde
zou u zijn,
dragend zou u zijn
bij onze pijn

ik , mens, die
erken,
zeggenschap heb ik niet:
de zogenaamde vrijheid?
die mij verleidt

zo zie ik de scheppende
zonder te zien,

hoor hem
zonder te horen,

voel hem
zonder te voelen

maar ervaar
zonder te kennen,
niet wetend hoe het heet,
dat moet ik erkennen,
dat het IS
al voel ik vaak het gemis

ik zal jou niet missen

by

Julius Dreyfsandt

ik zal niet zeggen,
al ben je nog zo ver
ik zal je missen
dat kan ik niet
in verre afstand of in lege tijd
vul ik mijzelf
en zal mij er van gewissen
jij bent het
die mij van het gemis bevrijdt

als twee bomen
met uitstrekkende takken
met elkaars wortels omvlochten
in de zachte zandgrond
zoekend naar het overleven
voed ik mijzelf
vreet mijn zielenmond

wat ik mis, dat ben ik
waar ik lijd, lijd ik
aan de leegte en afwezigheid
van mijn eigen gewenste droom
de eeuwige schaduw
het onhoudbaar vervullend streven
zoekend naar de zoete genade- stroom

voelen van jouw afwezigheid
is het ervaren van mijn gebroken ik
ik jou missen zal ik niet zeggen
ach, het is de eeuwige innerlijke valstrik

het requem van j,. du sable-mouvant

by

Julius Dreyfsandt

als men eeuwig zoekt , vindt
en zijn liefdes-wens verliest
draagt men de pijn, zo snijdend
en ervaart men telkens weer
wat men reeds verloor aan het begin
dat men niet werd gekoesterd , bemind

en al vroeg in de koude bevriest
en daardoor nu en altijd
de geschonken, ontvangende liefde
niet herkent en wellicht vermijdt
laat staan er voor kiest
zich er mee te vullen
immers men heeft niet geleerd
deze te dragen
wel om meer te vragen
maar het weldadige gevoel ontbeert

zo, wordt men dagelijks begraven
een verlangen gekist
geen open raam met invallend licht
het is slechts de zucht
naar warmte die men zo node mist
waaraan een mens zich teder kan laven
en het leven maakt tot een requiem-klucht

een repeterende breuk
van hoop, en verlangen
en uitzicht op verval
zo sterft men aan het leven
met ongeschreven
"in pacem"gezangen

high in the sky

by

Julius Dreyfsandt

ik spring, ik huppel
en draai als molen rond
ik ga nog sneller
als de woorden die
voortkomen uit mijn mond

blijf staan, val niet om
oude grijze gek
stop , halt, stop
bok met lange borstrok

maar de wereld
is zo mooi en vluchtig
zo zwevend, zo high
zo wiet wiet wiet
zo bye, bye, bye

ik kan niet stoppen
en ga er tegen aan
wat een dolle pret
ieder lacht mij toe
en word tot
dollen aangezet

maar ben, plots,
bezweet wakker
in mijn stapelbed
aju, retteketet

eeuwige lente

by

Julius Dreyfsandt

loop met mij de weg
van hier naar daar
en daar en naar waar
laten we zoeken
en noch meer vinden
ontdekken en ervaren
wat ons mag binden

hardop zwijgen wij
horen slechts onszelf
wervelend schiet alles
door lijf,door merg en been
van hoofd tot buik tot teen
als binnen een galmend gewelf
dat het onzegbare weerkaatst
jij door mij, ik door jou
door beiden spiegelend heen

the spring is alive
and passion our drive

in de wolken

by

Julius Dreyfsandt


lief
heb ik, jullie
mijn lieven

voel
ik strooi
mij uit
om jullie
te gerieven

zacht gefluister
een tedere kus
met gloeiend hart

in het andante
van mijn lied
zweef ik omhoog
naar vluchtige wolken
en bemin het zachte
dat ik aldoor zoek
maar niet vind:

ik ben niet bij machte

la lumière s'étient

by

Julius Dreyfsandt


noir
emprunte
sa force
d'une puissance sombre
la manque
de lumière clair
m'a dirigé dedans
le soir
s'approche
l'esprit de la nuit,
au travers

sarah, mijn vuur en rook

by

Julius Dreyfsandt

omrand door groen
gebladerde heggen
op een heuvelachtig veld
terwijl de schemering valt

lopen haar dragers,
hen die zij heeft bemind,
omhoog door fijngemalen ,
knarsend grind
om haar tere restend lijf
neer te leggen,
op gesprokkeld droog hout:
haar laatste aardse verblijf

ik draag mee
wat zij droeg,
in alle stilte,
daar zij er nimmer
naar vroeg
onze tragische kilte

een zwoele wind
bewierookt haar naakte lijf.
ze is reeds verstijfd ,
ontdaan van uiterlijke schijn

toch is zij zo, de schone
stille dood
die opgaat in vuur
en rook:
de walm, die hemel en aarde
met elk ander verbindt,
een lint van eeuwige pijn

Pirouette de Charlotte

by

Julius Dreyfsandt


dans mon gardin
de présent
ma favorite danse,
une fillette
ému,
propre et tendre
une pirouette
réaliser
très refiné
et glorieux

elle me fait
rêver
dans un moment
silence
et touche
ma passion modeste
comme on connait
rarement

De Commentaren

pas dan (onbekende psalm)

by

Julius Dreyfsandt

pas dan
als Gij mijn verweerde hand;
gerimpeld
met aderen beslagen
ontvangt
in de rust van uw schoot
aanvaardt
Gij mijn zware dagen

verre reizen

by

Julius Dreyfsandt

ik wandel door het park,
ontmoet hier mijn wereld
reis zo door jou en mij
naar ver en diep,
van eindig tot onbekend
naar dwaalwegen en uitzicht
het heelal wordt hier verkend

een zwaan drijft voort
ogend naar zijn kroost
overziet dat wat moet
omdat het zo hoort

ik weet van verre landen
zie daar de mens
ontmoet hem in zijn tuin
vraag naar zijn diepe wens
zwijgend lopen wij rond
de stilte geeft antwoord
in de serene ochtendstond

in een houten goot
daalt een duif neer
spartelt in wat water
fladdert heen en weer

het licht gaat uit

by

Julius Dreyfsandt

zwart
ontleent
zijn kracht
aan een duistere macht
het
ontbreken
van helder licht
heeft mij naar binnen gericht
de avond
is zeer nabij
de geest van de nacht aan zijn zij

droom met mij

by

Julius Dreyfsandt

droom met mij, wees niet bang
verlaat je tere zijden kleed
toon mij, jouw zachte huid
een lied van enkel fluistertonen

zacht trillend verschuivend zand
verspreidt zich over gladde wegen
van maagdelijke tronen

droom met mij, ga toch mee
en raak mijn verlangende vingers
omring ze met jouw bloesem,
geurend naar een witte orchidee

ik droom in jou, jij in mij
in een zuivere stralenkrans
open je zachte krachten
ik schenk mijn geliefde glans

van buiten naar binnen

by

Julius Dreyfsandt

gaat heen en vermenigvuldigt u

zo groei ik groot het leven in
ontdek wat ik hoop te vinden
de toekomst blijkt oneindig
ik laat mij aan het aardse binden

komt terug en vereenvoudigt

mijn bestaan blijkt na verloop
zich om te keren
waarbij hoop verandert
naar vragende zin
waar jij en ik
elkaar begrijpen
in eenvoudige stilte
en ik jou, zomaar, bemin

geeft u over

de zin ben ik
door jou te beroeren
zoek nog steeds
naar oneindige zaken
die mij, lijkt het wel,
steeds meer mens maken

sarah, mein feuer und rauch

by

Julius Dreyfsandt

von grünen hecken umringt
auf einem hügelen feld
während die
dämmerung sich naht

laufen ihre träger
die sie geliebt hat
durch feingemahlenen
knirschenden kies
um ihre zarten gebeine
nieder zu legen
auf gebrochenem reisig
ihr letzter irdischer verbleib

ich trage mit
was sie trug
in aller stille
da sie niemals
danach fragte
unsere tragische kälte

ein schwüller wind
beweihraucht ihren nackten leib
schon steif
befreit von äusserlichem schein

doch ist sie so,
die schöner stille tote
die aufgeht in feuer und rauch
die himmel und erde
mit einander verbindet
ein band von ewigen schmerzen

sarah, my fire my smoke

by

Julius Dreyfsandt


surrounded by green-petalled hedges
on an undulating field
while twilight
is approaching

her pallbearers
who she has loved
are stepping through
finely ground gravel
to lay down
her tender resting body
on broken brushwood
her last earthly stay

i also bear
what she bore
in all silence
as she never
asked for it
our tragic chilliness

a muggy wind
incensing her naked body
already stiff
disburdened form external appearance

yet she is like this
the beautiful silent dead
who merges in fire and smoke
the fume
that joins heaven and earth
a bond of eternal pain

kijk

by

Julius Dreyfsandt



kijk!

ik zie wel

vandaag

maar niet om

morgen

zie ik nog meer

vandaag

is dan weer om

without words(english)

by

Julius Dreyfsandt

my heart
is smaller
than your
vulnerable hand
your feeling
more refined
than my
fair mind
hold out
your hand
touch
my heart
i give
myself
accept me
do
give yourself
then
i accept you

lucht en licht

by

Julius Dreyfsandt

kijk toch om je heen
en zie mijn geest
dralen en verdwalen
hij gaat en komt
en laat je verhalen
van verborgen schoonheid
van lucht en licht
van lach
van zucht en zicht
hij neemt je mee
naar hoge toppen
geregeld naar
onbekende floppen
maar meestens
naar warmte en lief
zo diep en graag
in zuiver gerief
zweef mee, mijn mens
drijf mee in de wolken
wie kent niet die wens
van genot te kolken
hij leidt je aan de hand
mijn geest mist er geen
o, door heerlijkheid overmand
vertoeven wij met menigeen

voel je me nog

by

Julius Dreyfsandt

vergaat mijn zwakte voor jou
zieltogend in mistig alure
vlucht jij weer ver weg naar
woelige innerlijke oorden
waar pijnlijke zuchten sturen
en prille zachtheid vermoorden

voel jij me nog
mijn verre lieve
ik was het toch
wilde je gerieven

zo ga ik weer een stille weg
zoekend naar mijn verloren deel
struikelend over droge tranen
stikkend als in een slangenkeel
ik slenter door oneindige lanen
wilgen treuren mij in koor toe
waar elke boom de pijn vergroot
en mij verkleint tot stervens moe

voel jij me nog
mijn verre lieve
ik was het toch
wilde je gerieven

dicht bij de roos

by

Julius Dreyfsandt



dichtbij de roos
verbind ik
wat ongebonden is
niet dat ik daarvoor
zelf koos
het bleek de adem
van stil gemis

dichtbij de roos
komt vreugde binnen
zuivere tinten
van genade kleuren
die als vanzelve
echtheid beminnen
de snaar raakt
van een trillend
doorgaand gebeuren

dichtbij de roos
word ik gezien
zonder ogen
word ik gewaar
van eeuwig
mededogen
omringd door
een liefdevolle
mensenschaar

een troebel ven

by

Julius Dreyfsandt


ik kijk je niet aan
dat gaat mij moeilijk af
immers wat bezwaard
is de straling van jouw ogen
zo ben ik wel eens laf
ontzie de ware ander
heb mijzelf voorgelogen

zien naar jouw binnen
schept verwarring
raakt mijn zinnen
ontoert mijn lentetak
niet om jouw lijf te beminnen

noch jou te onteren
niets is voor mij
zo afschrikwekkend
als te verblijven in
niets ontziende ziele-uren
in overgave
zo verstrekkend
als nimmer te doven vuren

om schellen te laten vallen;
bang voor wie ik echt ben?
ik zal nog moeten strijden
eer ik bevreesd afdaal
in het innerlijk troebel ven

zachte overgave

by

Julius Dreyfsandt

ik , dwalende,
met bijna gesloten ogen
half ziende
over haar kwetsbaar
lijf
heeft zij, ontegenzeglijk
mij opgezogen
in haar overgebleven zijn,
omkleed
met blanke , gelaagde togen

sanfte hingabe

by

Julius Dreyfsandt


ich, herumirrend
mit beinah geschlossenen augen
halb sehend,
über ihren verletzbaren leib

hat sie unweigerlich mich aufgesogen
mit ihrem verbliebenen sein
umhüllt
von weissen gelegten roben

tender devotion

by

Julius Dreyfsandt



wandering about
with almost closed eyes
half seeing
over her vulnerable
body

she has inevitably
sucked me down
into her remaining existence
wrapped into
a white layered gown

paradijs

by

Julius Dreyfsandt

mijn gedachten zijn zo vaak
door verwachten bevangen
als of jij of jij nog zal komen
waarom toch blijft mijn ziel
zo aldoor naar het ideaal verlangen
waarom blijf ik, mens, dromen

wil ik zo graag vergeten
aldoor dat was
en door mijn verdriet
al vele malen is opgegeten
opdat ik vlucht voor wat is geweest
en mij slechts hoop doet aanmeten?

ik leef de droom van Eden
bron van stromende liefde
het maakt mij zwevend in het heden
zie de onmiskenbare schoonheid
kom, ga met me mee
naar de glimlachende blijheid

Paradis (Deutsch)

by

Julius Dreyfsandt



meine gedanken sind so oft
durch erwarten befangen
ob du ob du noch kommen wirst
warum bleibt doch meine seele
so fortwährend nach seinem ideal verlangen
warum bleib, ich, mensch träume

will ich so gern vergessen
was immer gewesen ist
und durch meinen verdruss
schon viele male ist aufgegessen
damit ich flüchte vor dem was gewesen ist
und mir nur hoffnung anmisst

ich lebe den traum von Eden
quelle der strömende liebe
er lässt mich im heute leben
sehe die unverkennbare schönheit
komm folge mir
zu der lächelnden fröhlichkeit

Paradise (English)

by

Julius Dreyfsandt



my thoughts are so often
captured by expexctations
as if you if you will come by after all
but why does my soul still stay
always calling for its ideal
why do i remain, human, dreams

do i want to forget with pleasure
what has always been
and through my grief
has been eaten up so many times
so that i escape from what has been
and only allocates hope to me

i live the dream of eden
spring of streaming love
it makes me live today
i see the unmistakable beauty
come follow me
to the smiling happyness

een dagdroom

by

Julius Dreyfsandt

ik loop door mijn park
nog zo heiig vroeg
droom nog verder
van mijn nachtelijke ark
met ontluisterende pracht
en zachte gitaarmuziek
waar ieder mij toelacht
rust mijn woord verzacht

slenterend hoor ik vogels
roepen mij als het ware toe:
zie ook hier het voorjaar
hoor onze klanken
de lotus opent zich voor jou
ik voel, het is waar

ik ervaar mij als stille rank
teder zuigend naar licht
schouwend al in de morgen
ja zo ben ik:
naar binnen en buiten gericht

als ik jou zie

by

Julius Dreyfsandt



als ik jou zie
voel ik mezelf
dan kaatst het beeld
door glazen deuren
ben dan rijk bedeeld
met jouw geur
en harte kleuren

als ik jou zie
verschuild kijkend
en toch
met vragende blik
dan weet ik
als vanzelf
geen woord zal klinken
maar een teder gevoel
zal in jou zinken

als ik jou zie
zoals je bent
en onzichtbaar
naar mij wenkt
komt dat binnen
wat jij mij schenkt

bevangen gevangen

by

Julius Dreyfsandt

in mijn glazen woning
getralied door geweten
voel ik zo vaak en vaak
het verlangen
naar het lichte buiten
alsware ik bezeten
door illusie bevangen

waarom verscheurt
buiten en binnen
mijn diepe wens
door liefde gekleurd

is het de verstilde leegte
door stilstaand bloed
tot ijzig verbeurd

ik versterf door de dagen heen
slechts terend op enkele tellen
schrijnend gehouwd
in mijn grafsteen van ooit
wil ik dat nog voelen

dit eeuwig kwellen?

wees mijn bruid

by

Julius Dreyfsandt

wees mijn bruid
als de avond valt
en de zon van mijn ogen
neerdaalt in mijn hart
wees mijn gade
als ik afdaal in
de vergankelijkheid
van geschapen smart

rust je hand
op mijn schouder
en stuur mij zacht
naar beminde wouden

waar de ruis van
vele zielen
mij zullen dragen
in voorbijgaande koude

wees mijn bruid
al is het voor even,
een tel van eeuwigheid,
streef voorbij wat was
niets bleef nog heel
draag mij om te weven

door het ven van engelen
lacht mij de schoonheid toe
dan pas, voel ik het grootte
dan pas heb ik weet
van wat ik verlies
wees nog even mijn bruid
dat is leven,
als ik onomkeerbaar
de klokken luid

de blauwe vlinder

by

Julius Dreyfsandt


hoe lieflijk en licht
gaat mijn blauwe vlinder
zij zweeft fladderend rond
in mijn gedachten
en wappert zachte wind
met haar tere vleugels
langs blad en bloem
wie zal daar niet
stillekes naar smachten

als ik haar zie
en een glimlach schenk
voelt zij als het ware
de vreugde van een mens

in een stille wenk
verbindt zij wat geluk
in een niet verwoorde wens

met haar sprankelende
wuifgebaren
licht zij harten op
laat mij voelen
wat niemand echt
kan verklaren
maar liefdevol
tederheid aan
de ander hecht

de glazen stolp

by

Julius Dreyfsandt



ik lig zo in het verse groene gras
droom in de lucht mijn verlangen
als of jij er nog zo even was
en wij in stilte de vreugde bezingen
in prille tintelende gezangen

een zwaluw scheert mijn panorama voorbij
snel schrijvend in de bezwangerde lucht
rijt mijn verdwaalde visioenen genadeloos open
de hemel zet mij op de vlakke aarde terug

hoe echt blijkt dan
de scheppende werkelijkheid
ontdaan van enige schijn
of kunstmatig beeld
ach, natuurlijk, eens
boetseer ik weer mijn lief
gekneed in een mooie sculptuur
maar dan, ja dan zet ik het
onder een glazen stolp
ik weet het zeker,
dan is mijn hoop van langere duur

wat ik je wens

by

Julius Dreyfsandt

ik zou je willen geven
het kleine van
het bestaan
het echte beleven
zonder visioenen
van de onbereikbare
doodse maan

ik zou je willen geven
het grootse van
het bestaan
omvangrijk in
bloemen gehuld
maar ook
het azuurblauwe
zilte water van de oceaan
of de dauwige weidevelden
door dieren begraasd
en alles met
onvoorwaardelijke liefde
gevuld

ik zou je willen
schenken
het wonder in jezelf
onaantastbaar,
niet te krenken
ga dan je weg
van milde stilte
zonder gedachten
te denken

tijdloos moment

by

Julius Dreyfsandt

soms wordt licht
als enige straal
glansrijk verlicht
zonder
een letter van taal
in het tegenlicht
van engelengeduld
gebundeld,
wel duizendmaal

het voelt voor mij
als wezenlijk
bovennatuurlijk
het draagt in mij
onschatbare gebaren
ik ervaar datgene
dat ik als mens wil
vasthouden, bewaren

nu telt, zegt morgen
tegen mij
wees niet bevreesd
voor het nog
ongeschapene
onderga onbaatzuchtig
en zeker niet bedeesd
jouw verloren maar
toekomend deel
dat zo plots daar is
het doet je
in tijdloze momenten
diep voelen

ja, zeg ik, ik ben heel

ik adem

by

Julius Dreyfsandt


ik adem jouw zucht
die waait als een wind
door bomen in het bos
ze gaan hun weg als
een vliedend gerucht
en landen stilaan op
het zachte groene mos
in mijn frêle gedachten

ik hou ze even vast
maar laat ook weer los
zo gaat het vaak
met bevrijdende krachten

wat rest in jou
blijkt de zielestempel
die bouwt na iedere zucht,
minitieus,
aan jouw eigen tempel

ik had een roos willen zijn

by

Julius Dreyfsandt

als het leven
mij inhaalt door
stervende pijnen
als mijn vreugde
slechts loopt langs
zeldzame lijnen

indien verwachting
en hoop
het afleggen tegen
wat onhaalbaar is
dan sta ik zo alleen
weet niet meer wat te doen
mijn hart verstart tot steen

ik had zo graag
naar anderen willen bloeien
meer dan mij werd gegund
in een tuin vol rozen
te schitteren in de zon
had ik dat nog maar gekund

het mocht niet zo zijn
het einde had zich
steeds meer op mij gericht
soms mag men dan zeggen
ik ben voor de dood gezwicht

een vergulde lans

by

Julius Dreyfsandt


in het geweten
is vaak het verleden
van ijzige gedachten
opgegeten

het verschraalt
de zachte milde wens
maakt de huid
tot afschermend schild
ziet het verlangen
door een ongeslepen lens

toch straalt, soms heel even
een gloed van zuivere glans
door vermeende muren,
als een vergulde lans

het doet het gevoel
een tel bestormend beven

om dan als het ware afgericht
te sterven als verloren kans

ogen gedicht

by

Julius Dreyfsandt

in de ogen
van mijn
kleine meis
toont liefde
haar gezicht

zo wordt
in stilte een
ongeschreven
vers gedicht

als het verlangen sterft

by

Julius Dreyfsandt

ik wil zo graag
mijn diepste verlangen
ketenen aan mijn ziel
of strak omarmen
bezingen met
liefdesgezangen

het zegt zoveel
over het aardse lijden
nog meer over
ons menselijk bestaan
we willen de
onontkoombare
eenzaamheid
zo aldoor mijden

ik wil zo graag die
momenten herbeleven,
de tellen van intimiteit,

maar word dan gejaagd
voortgedreven
tracht me vast te klampen
door dromen begeleid

als ik dan de ander vind
die mij kent en begrijpt
zal ik langzaam gaan beseffen
wat mij aan het leven bindt

het gevoel er te mogen zijn
wordt hoe langer hoe meer gerijpt
het verlangen zal dan sterven
om de ware liefde te erven

het is stil

by

Julius Dreyfsandt

in de stilte
wordt zichtbaar
wat zuiver is
ik spreek niet over kilte
maar van rust
in een woordloos gebaar

woelige stromen
drijven naar de zee
waar ik in de ontluikende kim
een groeiend vertrouwen
omhoog zie komen

in die stilte
van rijzend genoegen
waar zand en water
komen en gaan
vertelt mijn ziel
dat eb en vloed
mij altijd al droegen

het is stil (2)

by

Julius Dreyfsandt


ik dicht het
lied van de stilte

met klanken
van niet gekende
ritmische noten
gedragen door
wijdse nevelbanken
en zo hemels
onverdroten

een zonnestraal
doorkruist deze
vochtige vlagen
als een strijkstok
door licht gedragen

dan hoor ik slechts
in het aanschijn
van de dampige kilte
dit unieke lied
over het wezen
van de stilte

erzähle mir wer ich war

by

Julius Dreyfsandt


wenn ich versuche
das sterben zu meiden
kann ich mich nicht
auf meine vergangenheit
vorbereiten

"es hat mich gegeben"
werde ich nicht sagen können
"das ich bin"
ist auch nicht auf der rede

mein tod macht
meine geschaffene vergangenheit
ein aufgerichtetes monument
für hinterlassene:
der club von was nicht immer bleibt

tell me who i was

by

Julius Dreyfsandt


when i try
to avoid dying
i cannot
prepare for my past

"i have been"
i will not be able to say
"I have been"
that i am
i cannot clarify

my death makes
that my past is
created
an erected monument
for close supporters
the club of what doesn't stay forever

hab mich lieb

by

Julius Dreyfsandt



hab mich lieb
vertrau mir doch
ich weiss
es sind worte

tief und weit verborgen
weint dein kind
sie wollten es
ermorden

der mangel
ist deine lebensgeschichte
ewig suchend
nach dem
verdunkelten lichte

immer aufs neue
der ungleiche streit
und immer wieder
die unterlegenheit

leere

by

Julius Dreyfsandt



ich kam heute zu nichts
machen sie sich keine sorgen
es soll wahrhaftig wieder
besser gehen morgen

es gibt so eine art von tagen
heute mehr als jemals hier
die keine antwort erfragen
und mich machen zu einem
nutzlosen arbeitstier

der mut sinkt mir
in die schuhe
ein bestürzter märtyrer
von geisttötendem bestand

brütet hier dann
doch noch das leid
worüber ich morgen
kann schreiben
aber das nun noch
an mir frisst
ich bin nicht zu beneiden

Het Collectaneum van een Mens

by

Julius Dreyfsandt


Het Collectaneum van een Mens --Deel 1: Creatie

Het Collectaneum van een Mens is in onderhavig geval een opbouw vanuit mijn gedichten dat op een bepaalde wijze een inzicht op het(mijn) leven geeft. Het kent drie delen: Creatie, Interbellum en Finale.

*

Het Collectaneum van een Mens

1. CREATIE

geboren uit het paradijs
van warmte en overvloed
teloorgang van de wezenlijke
verbondenheid
ben ik afhankelijk
geworden en gebakerd
mijn ziel is gescheiden,
de Heelheid kwijt

Julius: Vitanova hfdst 3 vers 2

ik ben de Heer uw Herder
mijn wijsheid is als water
en lekt aan alle kanten
mij helpt het verder
slechts als u mij voortaan
blindelings zult geloven
leer ik u zwemmen
op het droge (2)

ik verhaal vandaag
van het immense grote
in het schrijven een
omvangrijke mensendaad

scheppen van de wereld
met al zijn loten
een wonder laten geschieden
zonder enig verraad

slechts ik ben daar
in bescheidenheid
toe in staat

het is aan de geringe
echt genade gegeven
van het alom
omvangrijke niets
een geheel te vormen

waar ook nog
de schrale mens
mag leven
en ruimte is voor
kruipende wormen

uit mijn door liefde
verzadigd hart
ontspruit zich
een in regenboogkleuren
openslaand lelieblad
als waterfontein getooid
waar druppels zich
glinsterend en juichend
verspreiden over
een dorre aardse mat

het is nog alleen
aan mij, te zeggen
goed, ja goed
is deze wonderlijk
schone daad
onvoorwaardelijk
uit mijn zachtheid geboren
het is overzichtelijk
naar menselijke maat

het kostbaar vocht
blaast ontelbare
toverachtige kristallen bellen
verspreidend naar alle hoeken
die bij het teder afdalen
naar de ontvangende bodem
zingend en springend aan u
ja aan u gaan vertellen
je mag er zijn
hier en nu
ga niet meer zoeken

aldus geschiedde
de schepping van u en anderen

maak nu zelf het beeld
van zee en lucht en dieren
we mogen hier en daar
wat zichtbaars veranderen

ik zag nog even
het was heel goed
zo te sieren

Julius: Vitanova hfdst 2 vers 5

slechts jegens uw schepper
bent u tot geringheid verplicht
toch bent U in grootsheid
geschapen
blijf derhalve niet verborgen
voor uw naasten
dan is bescheidenheid
teveel naar binnen gericht
en neigen uw talenten
meer naar aardse zorgen (5)

Het Collectaneum van een Mens -- Deel 2: Interbellum

2. INTERBELLUM

paragraaf 1

hedde nog sin um mie tu gaone
uut gaone me mie
te suuke naor us binne
op unne daach toe beginne

ut sol us bringe
verre in siele en haort
enne die haort gaon singe
me lieve gepaort

so icke ghie segge
lope mie die weghe
ghie vertrouwe mie doch
icke siene dien hogh

gelieke die sonne
umhoch te gaone
ghie wete dis seker
dun wieshiet kumt
me du jaore

Julius: Vitanova hfdst 3vers 3

gaat heen
vermenigvuldigt u
in woord en daad
komt terug
en vereenvoudigt u
op weg naar
uw bescheiden maat (3)

ik schets u hier
een portret
van een schaduwrijk man

mijn duistere kant
kent een blinde vlek
slechts doorgewinterde neuroten
herkennen die plek
immers zij zijn mijn lotgenoten

u, die blikt naar mijn gezicht
ziet een zelfverzekerd persoon
al ware hij van enig elitair gewicht
maar, de waarheid stellende
vaak door eb en vloed
tijdens het leven is ontwricht

zo schep ik mijn universum
ja, u kijkt naar mijn portret
ik ben een schaduwrijk man
in een onzichtbaar lijstje
voor u neergezet

Julius: Vitanova hfdst 3 vers 1

dit zo zijnde zeg ik u:
ik voeg hier niets aan toe
geen ander dan u zelve
kent mijn woordenschat
als bollige gewelven
neem mij niet serieus
ik ga zo vaak op mijn gat (1)

paragraaf 2

ik slenter, stelt u zich dat voor
en ga zo mijn weg
vaak in gedachten diep verzonken
dat hoort ook zo
immers een kip neemt ook tijd
voor de leg

ik heb oog voor ernstige zaken
niet dat ik perse tot meer wijsheid
zal geraken
neen, ik denk omdat ik ben
zoals een wijs man
al eerder zei

ik ben een slenteraar, zo een van:
als het nu niet lukt
komt het morgen klaar
zoals in de volgorde
van ieder jaargetij

zo doende denk ik nog aan gister
die dag was nog niet rond
alhoewel het ook kan zijn dat
mijn huidig peinzen wordt gevoed
door onduidelijke woorden
uit uw mond

u begrijpt nu mijn tempo ;
beladen met een zwaar hoofd
en vergrijsde slapen
hoef ik me ook niet te haasten

bent u wel een beroemd dichter
nadat u zich met ongeremde passie
zo hebt uitgesloofd?
uw woorden zijn morgen lucht
door verdamping aangetast
uw kritieken uitgedoofd
uw gedichten zoveel lichter

het moge duidelijk zijn
ik orden mijn gedachten,
schep een beeld
van gister en daarvoor

ik strijk dan door mijn haren
en frons mijn gebrild aangezicht
ik ben een slenteraar
een dromer op straat
door innerlijk staren
zo schep ik mijn leven
langzaam,
opdat ik niemand stoor

ik nader mijn bank
in een verlopen park
omgeven door wilde struiken
hier kom ik tot rust
hier kan ik echt onderduiken

plots maak ik mij zorgen
en dat is nieuw
over de dag van morgen
zo u weet is dat een last
zou ik dan toch
door het verwachten
worden aangetast

nee dat nooit
spookte het door mijn hoofd
word ik alsnog
van mijn traagheid beroofd?

besmet met het moeten
nee, daarvoor is mijn
levensgang te traag
tevreden draai ik een shaggy
dat leidt mij af
van de finale vraag

daar wil ik u
noch mijzelf mee belasten
en blaas de rook
strak voor mij uit

u zult het wel begrijpen
dit zijn die momenten
waarin ik mijn hoofd bevrijd
en mijn wereld kan ontlasten
tot de schemering in mijzelf
wordt ingeluid

als de zon verdwijnt
na een lange pose
achter de toppen van
de lindebomen
en de stilte zo verschijnt
rust mijn oog op een
laatste zichtbare vogel
als hij nader wil komen

twee vreemden bij elkaar
maar stil verbonden
bij het verscheiden van de dag
raakt hij een wezenlijke snaar:
het verstaan zonder monden
dat kende ik al
vertelde een tedere glimlach

ik zette mij aan tot
de weg terug
maar zie deze woorden
niet zomaar als een slot
zo ga ik in bedaarde tred
die mij immer al bekoorde
en waar ik mij nimmer
heb tegen verzet

Julius: Vitanova hfdst 3 vers 4a

ik droom zo vaak
mijn dromen
in het licht van alledag
van mijn lief en ver geluk
dat het mij vermag
zonder enige smuk
nader tot U te komen (4a)

paragraaf 3

soms ben ik alleen
en heb dan even niets
met dat of jou
of het moet de eenzaamheid zijn
wanneer ik lijd aan het leven
een niet te vatten rouw

*ik hou van rode gladiolen*

ook midden op een zomerse dag
ween ik mijn donkere wolken
gevoelens die niets anders doen
als in mijn lijf steken
met plots verschijnende dolken

* ik hou van gladiolen: met rode of witte bloem*

als lijkt dat ik mijn grip verlies
en het zicht versmalt
tot een leeg verhaal
wat houdt mij dan nog hier
vertel het mij, in mijn eigen taal

* ik hou van rode gladiolen*

ik weet men heeft mij lief,
afwisselend bezongen,
is dat nu het geluksgerief
waarnaar ik schreeuwde
met mijn geboortelongen

* soms zijn er witte, vind ik ook mooi*

nee, reeds toen
blies ik al "the last post"
het blijft wachten
op de willekeur
totdat ook op mijn afscheid
wordt getoost

* ik hou van gladiolen: het kan rood zijn maar ook wit gekleurd*

Julius: Vitanova hfdst 2 vers 1

keer u niet om mijn waarde
als u zich achterwaarts
zoudt voortbewegen
ook dan ziet u niet
wat achter u geschiedt
u kunt immers niet alles kennen
en dat is een grote zegen (1

door de muziek van het hart,
de "ouverture" van de ziel,
waarbij zinne-snaren trillen.
en ik ver weg kan zien
heb ik niet te willen

als een draaiend wiel
met zoemende tonen
en zilver glanzende spaken
ga ik door het heel al
zonder van mijn plaats te geraken

begeleid door schone klanken
van een engelen partituur
raakt dit het wonderlijke leven
aan zijn zuivere flanken
een rilling van gelukzaligheid
in de eeuwigheid van even

Julius: Vitanova hfdst 1 vers 7

hoop de hoop op
tot een sterk verlangen
uw oor hoort vanzelf
vreugdevolle gezangen(7)

lief
heb ik, jullie
mijn lieven

voel
ik strooi
mij uit
om jullie
te gerieven

zacht gefluister
een tedere kus
met gloeiend hart

in het andante
van mijn lied
zweef ik omhoog
naar vluchtige wolken
en bemin het zachte
dat ik aldoor zoek
maar niet vind:

ik ben niet bij machte

Julius: Vitanova hfdst 1 vers 7

een leven zonder
compassie
vertraagt uw tred
naar genade
verheft uw hoofd
en leg uw zorgen
in de onderste lade (9)

3. FINALE

overgave
mooi
doch zwaar
aan het ritme
van het leven
kent geen maar
slechts beleven

als ik daar op
kan vertrouwen
en niet
door de waan
word bestoven
pas dan ben
ik in staat
te geloven

pas dan --onbekende psalm--

pas dan
als Gij mijn verweerde hand;
gerimpeld
met aderen beslagen
ontvangt
in de rust van uw schoot
aanvaardt
Gij mijn zware dagen

As icke meuge sterfe
Ick sieje aol werumme
Ende sie freugt ende piene
In haort en lieve geprieme

Icke denke me smarte
Miene lieve von haorte
Sie gaf mie surrig en de werme
Icke danke dich so gerne

So mien jung, moei kieke
Ungelieke en so rieke
T"is recht unne gaeve
Hunne siele te laeven

Miene friende, o so tere
Gelieke vao ende mien mude
Maoke mien so mere
Icke sou so gere die lefe kere

As icke meuge sterfe
Ende alle werumme sie
Laeve mie die stille
Gelieke die dode die ruste wille

Waor dan bluuve die piene
In haort ende lief de miene
Icke groete dich sere
Mien al lieve, so tere

Julius: Vitanova hfdst 1 vers 5

ik wens 'n nieuwe lente
dat de winter sterve
vivat gladiolus
opdat u die erve(5)

verlichting

by

Julius Dreyfsandt

ik schenk mezelf iets,
door het jou te geven,,
zachte woorden van satijn
als eeuwige momenten
van even
zij komen uit
overdadig niets

de eigen pijn verlichten
door de ander
het goede toe te dichten

waar tranen drogen
door een milde lach
zo groeit een droomwens
langs rozenbogen
tot een mooi en
bloeiend mens
en raak ik opgetogen

zachte woordenwind

by

Julius Dreyfsandt

mijn glimlach
voedt verdorde wortels
welke lang
het licht moesten
ontberen

ik vroeg me af
komt er nog zicht
op leven
uit droge grond
als het slechts
op tranen kon teren

ik koester de nog
schuchtere scheuten
blaas een zachte
woordenwind
langs het tere groen

ik weet het zeker
niets weerhoudt nog
de langzame weg
naar bloei
eens krijgt de zon
alsnog de kans
zijn werk
over te doen

zachte woordenwind

by

Julius Dreyfsandt


mijn glimlach
voedt verdorde wortels
welke lang
het licht moesten
ontberen

ik vroeg me af
komt er nog zicht
op leven
uit droge grond
als het slechts
op tranen kon teren

ik koester de nog
schuchtere scheuten
blaas een zachte
woordenwind
langs het tere groen

ik weet het zeker
niets weerhoudt nog
de langzame weg
naar bloei
eens krijgt de zon
alsnog de kans
zijn werk
over te doen

zicht op glas

by

Julius Dreyfsandt

het is koud
om me heen
als de dageraad
daagt

ik draai de lamp
boven mij hoger
en voel
de verlichtende
warmte

mijn gezicht spiegelt
in de ruiten
van de tuinkamer

als het hoofd
zich wendt,
naar welke kant ook,
is mijn
bleke gezicht
op het glas
geplakt,
zie mijzelf zitten

ik ben niet alleen

de filosoof

by

Julius Dreyfsandt

hij kijkt me
wezenloos aan
over de rand
van zijn afgezakte
oude bril met
mistige glazen

de wijsvinger
recht voor de neus
alsof hij naar
de hemel wees
en wilde zeggen,
mij nemen ze nog
niet te grazen

de plek
door rook gewolkt
omvat zijn
denkend bestaan

zoveel gezwegen
zelfs dichtbij
het diepste gestaan

ach,zei hij fluisterend
luister niet naar mij
ik was een denker,
maar het geluk, nee
dat kwam niet voorbij

de filosoof

by

Julius Dreyfsandt

hij kijkt me
wezenloos aan
over de rand
van zijn afgezakte
oude bril met
mistige glazen

de wijsvinger
recht voor de neus
alsof hij naar
de hemel wees
en wilde zeggen,
mij nemen ze nog
niet te grazen

de plek
door rook gewolkt
omvat zijn
denkend bestaan

zoveel gezwegen
zelfs dichtbij
het diepste gestaan

ach,zei hij fluisterend
luister niet naar mij
ik was een denker,
maar het geluk, nee
dat kwam niet voorbij

de filosoof

by

Julius Dreyfsandt

hij kijkt me
wezenloos aan
over de rand
van zijn afgezakte
oude bril met
mistige glazen

de wijsvinger
recht voor de neus
alsof hij naar
de hemel wees
en wilde zeggen,
mij nemen ze nog
niet te grazen

de plek
door rook gewolkt
omvat zijn
denkend bestaan

zoveel gezwegen
zelfs dichtbij
het diepste gestaan

ach,zei hij fluisterend
luister niet naar mij
ik was een denker,
maar het geluk, nee
dat kwam niet voorbij

ik nodig jou

by

Julius Dreyfsandt

kom
kijk toch
je bent zo welkom
in mijn ogen

ervaar de milde blik
die jou aanschouwt
en kleurt
met kristallen bogen

kom maar
geef even je hand
dan zal ik hem
vluchtig raken

mijn vingers
zullen je huid
bespelen

voel dan
het ritme van
de melodie
die we samen
maken

luister
hoor een stem
die het zwijgen
bezingt

geen klank teveel
maar slechts,
ons,
met adem omringt

in de ban van de meester

by

Julius Dreyfsandt

een vermoeid hoofd rust
op mijn handen
de armen steunend
op een gammele tafel
ik zie naar u allen

ja ieder in de
virtuele zaal
leg ik in mijn blik
aan banden

u ziet mij vragend aan
verwacht iets groots,
een meesterdichter
dient u voor te gaan
in deze schrijversloods

mijn mond opent zich
langzaam en beheerst,
frons de wenkbrauwen,
plooi mijn voorhoofd
volgens gewenst gebruik

echter geen woord
passeert mijn lippen
ik steek weloverwogen
de tong naar u uit

ik ga maar

by

Julius Dreyfsandt

in dit licht gedicht
hoort men alleen
de zwakke echo
van gedoofde klokken

lopend over grind,
dat hoort bij rouwen,
graaf ik het graf
van vertrouwen

ik kwam
zag
en verloor

ik ga maar,
stilaan,
weer
op mijzelf
bouwen

in de ban van de meester

by

Julius Dreyfsandt

een vermoeid hoofd rust
op mijn handen
de armen steunend
op een gammele tafel
ik zie naar u allen

ja ieder in de
virtuele zaal
leg ik in mijn blik
aan banden

u ziet mij vragend aan
verwacht iets groots,
een meesterdichter
dient u voor te gaan
in deze schrijversloods

mijn mond opent zich
langzaam en beheerst,
frons de wenkbrauwen,
plooi mijn voorhoofd
volgens gewenst gebruik

echter geen woord
passeert mijn lippen
ik steek weloverwogen
de tong naar u uit

ik ga maar

by

Julius Dreyfsandt

in dit licht gedicht
hoort men alleen
de zwakke echo
van gedoofde klokken

lopend over grind,
dat hoort bij rouwen,
graaf ik het graf
van vertrouwen

ik kwam
zag
en verloor

ik ga maar,
stilaan,
weer
op mijzelf
bouwen

een gang naar binnen

by

Julius Dreyfsandt

schuifelend peins ik
door de schier
eindeloze gang

zie schaarse
houten beelden
de schepping danken

het marmeren plavuis
hier dof door schaduw
elders nog plooiend
naar de dalende zon
vormt de hemelse weg
naar latijnse klanken

de hoge bogen
met eeuwigheid gevuld
laten de stilte zingen
over alles dat
de mens niet weet

een gang naar binnen

dag

by

Julius Dreyfsandt

een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken

de spitse neus
prikt een
een landschap
in het uitgestrekte

oog in oog
met verleden tijd
bevroren in een
verloren strijd

mijn gevoel lift op;
hij was een echt mens
mijmer ik
dat zeg ik altijd
bij het overschrijden
van de aardse grens

ik draai om
verlaat wat eens was
richt nog één blik

dag... zeg ik
niet dat hij het hoort
maar toch

ik hoop dat hij in
zijn droomloze slaap
nog eenmaal door mij
mag worden gestoord

verstild graf

by

Julius Dreyfsandt

als het
omhullend hout
langzaam zakt
en de gedachten
ver reiken
voel ik de
onoverbrugbare
afstand
zo dichtbij

ook al raak ik,
naast mij,
jou en jou
het is slechts
een zwevend daar zijn
een speelfilm zonder titel
flitsend zonder beeld

als het zand
de holle klank bezingt
en de echo in de
gegraven diepte
stervend verzinkt
denk ik

het was goed

na het In Pace
spreekt de zwarte hoed

om de hoek

by

Julius Dreyfsandt



even kijk ik
om de hoek

niet van mijn huis
of straat
maar van het leven

vraag mij af
wat ik daar zoek

en hoe het mij
daar dan vergaat
ik zal het
nooit weten

maar als ik
zie in de ogen
van een blij kind
vergeet ik
al snel
mijn wens

dan maakt het
mij weinig uit
wat ik daar vind

luchten

by

Julius Dreyfsandt

vandaag een dag
van rechte lijnen
ik zie voorwaarts
met oogkleppen
die mijn kijkers
in een strakke blik
laten schijnen

mijn gedachten
beperken zich
tot een en een
is drie
dat u mij nu
zult verachten
is iets dat ik
thans niet zie

mijn beeld van u
is ook vrij saai
u bent een oen
zo duidelijk,
kant en klaar
nee , mijnerzijds,
heden,
geen enkel gedraai

daarbij bent u
een van die vrouwen
die van de privé of libelle
een zondags
kleurloos hoedje vouwen

of een man
van een ding tegelijk
slechts oog voor
werk of ronde bal
dan heb ik het
nog niet over sex
ik vind u gewoon
een zure kwal

deze helderheid
geeft ruimte
aan mijn gemoed
ik raad aan
dat u bij tijd en wijle
het ook eens doet

goddelijk moe

by

Julius Dreyfsandt

op mijn kamer boven
ontsluit ik het raam
duw het in de duisternis
de wereld ligt open
en verkondig mijn lied

"ach,mensen hoor mij toch
laat u niet van de heerlijkheid
beroven"

ik zing het lied naar buiten
over het schone geluid
dat elkeen soms ontmoet
tijdens een dans met fluiten

betoverd worden door
een oogverblindend meisje
dat wiegt voor mijn ogen
mij zuigend naar haar
kwetsbaar getekend lijf

en sierlijk diep,
doch onaantastbaar,
voor mijn mannelijk ego
heeft gebogen

ik roep de leegte toe,
waan me als verlosser,
"volg mij, zing dit lied
in uw duisternis"

dan dicht ik
tevreden het venster
ja,
ik ben terecht
goddelijk moe

hemelse orgelpijpen

by

Julius Dreyfsandt

achter het klavier
zing ik mijn poezie
de vingers schrijven
ongerijmde strofen
langzaam, vaak kort
maar immer om
in mijn ritme te blijven

ik bespeel mijn ziel
laat fibratie komen
en zweef ver weg
naar hemelse orgelpijpen

waar klanken knokken
om het hoogste goed
terwijl de linker vijf
weer naar het aardse
wil grijpen

het spel van toon
met ongeschreven
woorden
ondersteund door
onbestemde
keelgeluiden
schept aldoende
een gedicht met
harmonieuze
accoorden

niets beter dan dit
kan mijn stemming
duiden

ik laat je gaan

by

Julius Dreyfsandt



mijn hand rust
op je schouder
ik kijk je aan
schenk warmte
van een mens,
deze mens
het raakt je niet
het ontwijkt
die bevroren wens

je ogen staan flets ,
zien glazig langs me heen
een bespiegeling van
verleden in het heden
gebet in pijnlijke mist,
gebarsten krachten,
als versplinterd geboortelicht
uit een redeloze reden

je voeten
nog wel geaard
steunen zwevend
jouw gedachtenlijf:
gezwollen in verhulde
leegte en gedroogde
rimpels
je ledematen stijf

jij bent de dood
in levende lijve
het genade brood
gebakken met
ongewenst zaad

ik laat je gaan
als mijn hand
jouw schouder verlaat

uitzien naar de horizon

by

Julius Dreyfsandt

een man
van een
enkel woord
staart u aan
beschermt zich
achter stilte
wil niet
dat u
hem hoort

hij wacht
geduldig
op die
ene vraag
waarvan het
antwoord
is vervaagd

adieu...

zwarte droom

by

Julius Dreyfsandt

de armen zijn te kort
als ik de bloesem
wil plukken
lang rek ik me uit
om te grijpen, te rukken

een slechte droom
gaat aan mij voorbij
een kerker moeten
ontvluchten
maar niet wil lukken

mijn voeten
in grijs beton
gegoten

verstard beeld
van stuurloos voelen
langs muren van
beslagen glas
waar doornen
spiegelen aan
het schaduwlicht
van wat is maar
vooral was

ik adem
mijn verleden,
heb een
leven lang
de draak bereden

zij ging al

by

Julius Dreyfsandt

een lieve meis
heeft haar jeugd verloren
zinloos en plots
eindigen haar woorden
stokt de weg naar voren

haar jong verleden
een scheppende bloem
sterft in het heden
bladeren van geluk
zuigend naar het licht
buigen troosteloos
worden machteloos
afgesneden..

de toekomst
komt haar niet meer toe
ook die liefhebben
ervaren met ongeloof
de gemiste verwachting
schreeuwende pijn
bevriest het redelijk denken
hoop daalt in de
menselijke achting

daar gaat zij nu
op een onbekende weg
heeft ons ongewild verlaten
een ding kan ik zeggen
niemand, nee niemand
zal haar uit ons hart
kunnen praten

ruggen-tegen-elkaar-liefde

by

Julius Dreyfsandt

ik lijd aan ons leven
dag in, nacht uit
eenzaamheid groeit
als een gezwel

ziet hij dat wel?

o ja, hij heeft me lief
door alles heen
maar de wijsheid
van een moederhart
wordt ontkent

voelt hij ook mijn smart?

overgave aan wat is,
waarbij het verleden
en heden
niet uitsluitend
door het geweten
wordt opgegeten

maar waar liefde
slechts door geven
wordt gemeten
en rijkdom door
loslaten groeit

zal hij dat nog beleven?

hij raakt mij niet kwijt
ik voel zo, dat hij
aan zichzelf lijdt
maar ziet hij ook
mijn duizend tranen,
mijn, ons eiland
van verdriet
waardoor wij een steeds
kleinere weg banen

adem mijn dromen

by

Julius Dreyfsandt



adem mijn dromen
voorzichtig in
als ik jou vertel
met zachte stem
wat je toe mag komen

ik waas niet
bij daglicht
ben noch een schaduw
in de nacht
voel de bries
van tederheid
die het versteende
verzacht,
je naar jezelf geleidt

diep in jou
aardt de binding,
de kern van rust
vandaar uit
wordt vervreemding
in slaap gesust
en zal je hart
met openheid
zijn uitgerust

word gewaar
van de trilling
in mijn woorden
ze zijn als
reikende handen
zij baren de vreugde,
die ook mijzelf ooit
overmande

als stuifzand

by

Julius Dreyfsandt

letters
tot stuifzand
geworden
glijden door mijn
korte vingers

verwaaien
zonder ooit een
woord te vormen
vallen terug
op het strand
waar de oude zee
hen opnieuw
overmant
onderhevig aan
vermaledijde
stormen

ik houd mijn handen op
tot dragen toe bereid
maar zie met lede ogen aan
dat het machteloosheid is
dat door mijn vingers glijdt

mijn geliefde

by

Julius Dreyfsandt

de voorlaatste bladzij,
papier met gebruinde vlekken
kleeft ook nu
aan mijn hand
ik las het duizendmaal
op een rij
noch mijn gemoed
noch mijn vinger
willen verder trekken

ik bezweer het einde
ontken een mogelijk afscheid
berust liever in het
onvolledig zijnde

wil mijn verbeelde geliefde
bewaren
eer zij mogelijk
naar de stilte geschreven wordt
en mijzelf terug in de leegte
doet staren

een vrouw,
wachtend op mij
bij de openhaard
wuift mij toe
met uitgestrekte armen
haar stem klinkt zo verzachtend
hoe kunnen geschreven woorden
mij zo intens verwarmen

Liturgie der Goddelijke Vertwijfeling

by

Julius Dreyfsandt

1. Introitus

o, mens,

mijn beeld
in jou geschapen
ik treed nader tot jou
beziel je met ademende
genade
laat ons samen juichen
ons op gezamenlijk
licht beraden

langs verheffende wegen
omgordeld door
voortdurende bloesem
laat ons zoeken
naar een scheppende zegen

2) ORA PRO NOBIS

verscholen in jullie
begrensd door
bescheiden licht

omgeven door
mensenpilaren
zocht ik jullie
Mij te vinden

slechts om jullie
aan mijn ideaal
te verbinden

3) KYRIE

mens,

ik ontferm mij over jou
leg je hand in de mijne

mens,

ik ben in jou
spiegel je ziel aan de mijne

mens,

ik heb je nodig
voel mij in het kleine

4) GLORIA

jij, mens,

het pronkstuk
van onze
scheppende daad
zing het lied
van vreugde over
de beeldende natuur
het ondersteunt
jouw vruchtbaar zaad

over de rijkdom
van menselijk raken
bejubel onze vriendschap,
onzichtbaar intens,
open de handen,
in voortvarendheid
om voor elkander
de liefde te maken

5) EVANGELIUM

morgen wordt het licht
ik weet het zeker
dan vervalt de duisternis
gericht op voelbaar zicht

het dal vult zich weer
met het blije lied
kom en kijk met mij
in het ontluikend verschiet

morgen, ja morgen opent mijn hart
het was voor lange tijd gesloten
verborgen in enge diepte
doordrengd in troebelig smart

ik weet het zeker
in mij wordt de zalige hoop
wederom in goud gegoten
als vandaag is verleden
onspruiten nieuwe vreugde loten

6) CREDO

mens,

ik hoor je roepen
zuur en ontevreden
ondankbaarheid
stijgt voortdurend
uit je hart
ja,
het is ook moeilijk
de zin te beleven
bij ongelijke smart

ik zie je geloven
in vertwijfeling
sterft duizend keer
de dood
hoe moet ik jou
beloven
dat er een einde komt
aan de zielenood

mens,

trek op met elkander
ik zie de schepping verdeeld
in zwart en wit
in verderf, in mensen
meer en minder bedeeld

ik bemoedig de heelheid
met mijn oprechte tranen
vaak machteloos
in een verloren uur
toch geloof ik in kracht
verzameld in
goede momenten
mijn goddelijk geduld is
van oneindige duur

7) SANCTUS

jij, mens,

bent verheven,
gevormd uit mijn bloeiende zucht

jij, mens,

verheven overrompeld
met gaven
toch zie ik
een schouwspel
van een eigenzinnige klucht

jij, mens,

verhef de aarde
geef je over,
deel met mij
het menszijn
het komt overeen
met mijn vurige wens

8) PATER NOSTER

ons mensen
verstrikt geraakt
in stoffelijke schijn
tevens tot duivel
vermaakt
ervaar de volheid
van liefde

geniet de eenvoud
in het zijn
zie licht in de ogen
van de ander
pas dan ontvang jij
de verbindende kracht
pas dan zal
de verwarring
door warmte
worden verzacht

9) AGNUS DEI

mensenkind,

je kunt grotendeels
zelf vernieuwend scheppen

mensenkind,

vertaal je eigenliefde
in delend scheppen

mensenkind,

draag je vruchten uit
het zal heelheid scheppen

10) BENEDICTIO

waar licht leunt tegen schaduw
spreekt men van menselijk leven

alleen in de horizon
komen zij te samen
daar kunnen wij allen
slechts van dromen
nu nog niet beleven

open wijds de ogen
houd het zicht op licht

het donkere zal ons dan
meer van verre omzomen
en zijn we hoopvol
op het goede gericht

verjongd

by

Julius Dreyfsandt

1) als man

ze was nog zo jong,
een late twenniemeis,
die mijn ziel beroerde
toen zij mijn hart bezong
wat was het
dat mij diep ontroerde

ik zelf was al vergrijsd
al lang gearriveerd
in het leven
de wereld bereisd
met weelde omgeven

zij keek me uitnodigend aan,
grote verlichtende kijkers
zogen me naar
haar stralende bloesem
elke beweging die zij maakte
schokte mijn bestaan

zonder te vragen
greep ik haar hand
raakte verward
in al mijn lagen
zwom ik nu
in verwarmd drijfzand
of herstelde mijn jeugd zich
in mijn voorlaatste dagen?

2) als vrouw

hij was nog zo jong,
een ruige adonis
die mijn ziel beroerde
toen hij mijn hart bezong
wat was het
dat mij diep ontroerde

ik zelf was al vergrijsd
al lang gearriveerd
in het leven
de wereld bereisd
met weelde omgeven

hij keek me uitnodigend aan,
grote verlichtende kijkers
zogen me naar
zijn stralende glimlach
elke beweging die hij maakte
schokte mijn bestaan

zonder te vragen
greep zijn haar hand
raakte verward
in al mijn lagen
zwom ik nu
in verwarmd drijfzand
of herstelde mijn jeugd zich
in mijn voorlaatste dagen?

oratorium van de homo sapiens

by

Julius Dreyfsandt



ik spreek over de mens
Andro de Geworpene
hij ontwaarde licht
onbekend met een
gekozen of bewuste wens,
gevallen als een wicht

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

bevrucht door genot
en drijvende in een vrouw
totdat de natuur besloot
over een verkrampende douw
en Andro zo wezenbloot
in een armzalig heldendom goot

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

zie hier, de Geworpene
willoos, door driften
voortgedreven
om een weg te gaan langs
zogende borsten
en beschermende handen
uit het eeuwig niets
tot een stoffelijk lijf geweven

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

als jij dan, tot denken
veroordeeld wordt
op het slagveld
van goed en kwaad
van licht en donker
en voortplantend zaad,
kruis jij de degens
splijt jij je eigen
en andermans ziel
al doorzeefd met
vermeende levensraad

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

stuurloos voortdaverend
gezadeld op het paard
van de vrije wil
door het Opperwezen
ongevraagd geaard
groeit jouw heldendom
door ontstuimig harteleed
en afstervende ledematen
soms tot een kunst,
verheven of fijnbesnaard

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

ik aanschouw jou, Andro
nu als lijk uitgestreken,
de handen gekruist,
in een ongelijke strijd
het leven verloren,
gevochten voor de vrije
doodgeboren keus
hoe kan jouw dood
mij nu zo bekoren

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

zie hier de held, jij Andro
met open ogen gestreden
en het stervend leven
overwonnen en beleden
held, jij was mens
zo maar van uit de eeuwigheid
zo maar even

o, Andro, jij wordt een held
jij bevecht het leven
maar wordt door het heilig sterven
uiteindelijk geveld

een rode roos

by

Julius Dreyfsandt

er groeit
een rode roos
op mijn graf

ik ben al vroeg
gestorven
het geloof in mijzelf
is mij niet geschonken
heb mijn ziel ook
nooit gevonden :
is in mijn ontluikende
dageraad verdronken

er groeit
een rode roos
op mijn graf
zonder dat ik
hem ooit water gaf

ik zie de zon
door het zwarte raam
voel de kou
door hete vuren heen
maar niemand kan
mijn naam ontnemen
die is van mij alleen

er groeit
een rode roos
op mijn graf
zonder dat ik
hem ooit water gaf
zou er dan toch iets zijn
wat ik niet zie
en mij laat leven
ondanks mijn vroege pijn

stabat mater

by

Julius Dreyfsandt

uit de struik met eeuwige bloemen
vol van kleur en zachte geuren
waar engelen tijdloos aan alle zijden
de onzichtbare bekoren
wordt met liefdevolle zorg
nog zonder een uitgesproken naam
de echte oermoeder geboren

zij is verrijkt met
het oorspronkelijk verbond;
het voortschrijdend leven
aan elkander te smeden
om zo de schepping
van vrouw op vrouw
bezield door te geven

maar als haar kind te vroeg sterft
zal zij zuiver ervaren
dat de toekomst niet wordt geërfd
het diepste lijden kan zij
slechts in haar hart bewaren
met onuitspreekbaar en
uitzichtloos geween

Ich liebe die Stille

by

Julius Dreyfsandt

wenn ich meinen Atem
besinnlich verteil
habe ich die Stille lieb,
so lieb

doch bin an Zeit gebunden
wo fortschreitende Zeiger,
vergangene Erwartungen
verwinden

und sehe in der Jugend
dass ich immer öfter
ältere Früchte anbaue
in Erwartung der Nacht,
welche endgültig
auf mich wartet

trotzdem ruhe ich
in meinem Abend
und fühle mich erwärmt
von dem Lächeln
deines Kindes

und wenn ich meinen Atem
besinnlich verteil
habe ich die Stille lieb,
so lieb

Sreca

by

Julius Dreyfsandt

Sreca je podredjena
svetlosti, prostoru i vremenu
retko je dovoljno ima
uvek krhkoscu vodjena

cesto mislim na daleku mladost
u kojoj je buducnost znacila sutra
slepo trazeci neznanu radost;
vecne ljubavi bezbriznost.

Translation in Servish : Branka Korac